Home | Het geloof

Ik bid vaak opnieuw en doe vaak meerdere malen wudo (de rituele wassing) omdat ik denk dat ik het verkeerd doe. Kan iemand me helpen ?


Yazdır
Antwoord: 

Laten we eens om ons heen kijken naar de bergen, stenen, planten, dieren, de maan, de zon en de sterren. Laten we deze eens aan onze gedachten passeren. Zie hoe ze allemaal van elkaar verschillen, ondanks dat ze allemaal van een materie gemaakt zijn.

Laten we nu eens denken aan de dingen die we niet met onze ogen kunnen waarnemen; de stralen, de aantrekkingskracht van de wereld en de aantrekkingskracht van de zon. Laten we niet vergeten dat dit allemaal erg van elkaar verschillende zaken zijn.

Laten we zo eens verder gaan met onze gedachten. Zoveel als het vuur van de aarde verschilt, zo veel verschilt ook de duivel van de mens. Zoveel als de dag van de nacht verschilt, zo ook verschillen de djinn van de engelen.

De djinn en de mens zijn twee verschillende schepselen die aan de Goddelijke beproeving deelnemen. In beide groepen zijn er die geloven en die niet geloven. In beide groepen zijn er die goed zijn en die slecht zijn. Onder de schepselen van beide groepen zijn rechtleidenden en hen die naar dwaling leiden. Zo is het slechtste schepsel onder de soorten van djinn de duivel, die zich vijandig tot Allah heeft gericht.

Het lichaam van de mens is geschapen uit aarde en de ziel is te gast in dat ‘huis’. De djinn zijn geschapen uit vuur. Het is vanwege dit verschil in de schepping dat de duivel de eerste en grootste beproeving had verloren. Daar de duivel van vuur is geschapen vond hij dat hij verkozen was boven de mens en weigerde hij zich neder te werpen voor de vereerde Adam (vmh) en werd verbannen en vervloekt.

Daar de duivel tot de djinn behoort, is zijn leven langer dan het leven van de mens. Daarnaast heeft deze opstandige djinn op zijn verzoek en als bestraffing een lang leven gekregen en heeft hij toestemming gekregen om de mens tot aan het einde van de wereld te plagen.

De Verheven Allah had ook zonder de duivel de mens met hun ego en de wereldse omgeving op de proef kunnen stellen, om hen aan het eind een waardig beloning of bestraffing te geven. Maar om de duivel hierbij in te schakelen is voor hem een grote bestraffing. Want alle zonden van alle mensen die door de duivel op het slechte pad zijn gebracht, zal ook aan de duivel worden toegeschreven. Zijn bestraffing zal op de dag des oordeels zo erg zijn, dat dit niet meer met het verstand te bevatten is.

Zoals er duidelijk mensen zijn die de taak van de duivel vervullen, als een verdorven ziel met lichaam, net zo zeker zijn er van de dijnns verdorven zielen zonder lichaam. [Uit de ‘Flitsen’ van de Risale-i Nur]

Je ziet iemand die aan de persoon tegenover hem verschillende verkeerde opvattingen probeert aan te smeren. Terwijl hij praat kijkt hij niet naar zijn arm of been, maar in zijn ogen. Via de ogen die als venster fungeren voor de ziel, probeert hij de ziel te bevangen en deze van verschillende dingen te overtuigen. Als je nu deze twee personen voorstelt zonder lichaam, blijven er twee geestelijke zielen over. Een van die twee probeert de andere te bedriegen.

Vanuit deze situatie moet het niet moeilijk zijn om met het verstand te begrijpen hoe de duivel de ziel van de mens probeert te beïnvloeden en hem van het rechte pad probeert af te laten dwalen.

We zien sommigen die het bestaan van de duivel verloochenen. De schrijver van de Risale-i Nur zegt hierover dat dit “de grootste list van de duivel” is. De enige reden die men hiervoor aangeeft is dat de duivel niet met het oog waar te nemen is.

Laten we deze persoon nu eens het volgende vragen: “Waarmee verloochen jij het bestaan van de duivel? Met je armen? Met je oren? Met je lichaam of benen?” Deze persoon zal dit een absurde vraag vinden en zeggen: “Met helemaal niets” en zal ook zeggen: “Ik kan het met mijn verstand niet bevatten.”

Dus het verstand van die persoon verloochent het bestaan van de duivel. Hij verloochent het bestaan van iets wat hij niet ziet met het verstand wat ook niet te zien is. Het bewijs wat hij hiervoor heeft is “het niet kunnen zien”.

Het verstand denkt met woorden, maar alles wat het hart doet, gebeurt zonder woorden. De mens houdt niet van een bloem of een heerlijke geur middels woorden. Dit doet hij zonder woorden. Maar wanneer hij deze vreugde uit wil drukken en aan anderen over wil brengen dan komen er woorden aan te pas.

Het hart houdt van iets zonder woorden, is bang zonder woorden en gelooft zonder woorden. Het is dit hart dat door de duivel wordt lastig gevallen, waar de duivel mee spreekt zonder woorden te gebruiken en wat door de duivel wordt ingefluisterd. Het is deze influistering die wij ‘weswese’ noemen. Nu we het over influistering hebben, wil ik het over enkele tactieken hebben die de duivel bij de mens gebruikt:

Het belangrijkste doel van de duivel is om de mens tot ongeloof te brengen. Wanneer hij dit niet kan verwezenlijken, doet hij een stap terug en ijvert ervoor dat de mens geen godsdienstuitoefeningen uitvoert. De duivel doet zijn uiterst best om de dienaar van deze verheven taak te weerhouden en geeft verschillende slechte influisteringen in zijn hart. De mens denkt dat deze gedachten vanuit zijn hart komen en voelt zich er ongemakkelijk bij.

Hierna komt een nieuwe list. De duivel fluistert hem in: “Met een dergelijk verward hart kan men zich toch niet tot Allah richten!” Wanneer de dienaar hierin trapt, zegeviert de duivel. Echter ieder verstand weet dat de innerlijke vrede die niet tijdens het gebed wordt ervaren, zeker niet ervaren zal worden door het gebed na te laten. Het nalaten van de godsdienstuitoefening en gehoorzaamheid en het zich begeven in zonden en opstandigheid zal de mens steeds meer verwijderen van de goddelijke vreugde. De enige oplossing is om door te gaan met de godsdienstuitoefening.

Tijdens een gesprek zei een jongeman die aan deze list van de duivel was blootgesteld: “wanneer ik mij tot het gebed wendt, komen er heel veel slechte gedachten in mij op en deze eindigen wanneer ik klaar ben met het gebed”. Hij zocht hiervoor een oplossing. Ik heb hem als eerste dit prachtig recept van de Risale-i Nur schrijver gegeven:

“Bovendien zijn deze ondeugdelijke beledigende woorden niet de woorden afkomstig uit jouw hart. Immers, jouw hart is hieromtrent bedroefd en betreurd” [Uit ‘De woorden’, blz. 386 van de Risale-i Nur]

Hierna ging ik als volgt verder. Wanneer jij iemand ziet die zichzelf in zijn gezicht slaat en huilt, zou je dan niet zeggen: ”Waarom huilt hij als hij zichzelf slaat? Of is er soms een onzichtbare hand die hem tegen zijn wil in met zijn eigen hand slaat?” Jou situatie is net als deze man.

Volgens het recept van Bediüzzaman laat jou gehuil zien dat die ‘woorden’ niet vanuit je hart komen. Wanneer je het gebed nalaat en bijvoorbeeld naar een casino gaat zullen die slechte ‘woorden’ ophouden. Dus de eigenaar van die ‘woorden’ is vijand van het gebed en vriend van het gokken.

En waarom zou de duivel influisteringen geven aan iemand die gokt? Zou hij dat doen, dan kan die persoon zich eraan herinneren dat het gokken verboden is. Dit komt niet goed uit voor de duivel. Voor de duivel is het het beste om zich niet met hem bezig te houden. Daarna las ik die jongeman het volgende paragraaf voor uit de Risale-i Nur:

“Tevens brengen dit soort influisteringen geen schade toe aan de Goddelijke waarheden noch aan je hart. Jazeker, zou men door de gaten van een vies object naar de zon en sterren aan de hemel en naar de rozen en bloemen van het paradijs kijken, dan zal noch de persoon noch naar wat gekeken wordt vervuilen door die viezigheid. Het zal geen slechte invloed erop hebben.” (Uit de ‘Verlichte Brieven’ van de Risale-i Nur)

Ik stelde hem toen de volgende vragen:

-       Heb jij de richtlijnen omtrent het praktiseren van de islam gelezen?

-       “Ja”, antwoorde hij, waarop ik de tweede vraag stelde:

-       Staat er in deze richtlijnen bij de dingen die het gebed verbreken ook dat ‘influistering’ het gebed verbreekt?

-       Hij reageerde op mijn vraag met een verbaasde glimlach, waarop ik zei: “Ga dan maar verder met het bidden.”

Wat er tijdens het gebed ook bij je opkomt, zodra je in de oproep tot het gebed de woorden “Kom tot het gebed, kom tot de verlossing” hoort, wees er dan van bewust dat jouw Heer jou tot zijn nabijheid roept en haast je zo tot het gebed. Op dat moment kunnen er slechte gedachten bij je opkomen. Maar wat er ook bij je opkomt, door naar het gebed te gaan, heb je gehoor gegeven aan het bevel van God. Indien je het gebed niet verricht omdat er slechte gedachten bij je opkomen, ben je opstandig tegen dit bevel. Een dergelijke reden zal je niet vrijwaren van je verplichting. Het belangrijkste is dat je gehoor geeft aan het bevel en je naar het gebed snelt. Om nu ook nog tijdens het gebed een mate van innerlijke vrede te bereiken, is een ander onderwerp.

Een analyse omtrent dit onderwerp en een geruststellende zin vanuit de Risale-i Nur:

“Daar in deze tijd de afbreuk en negatieve invloeden schrikwekkend zijn toegenomen, is godvrezendheid het grootste middel hiertegen. Zij die de verplichtingen nakomen en de grote zonden vermijden, zullen gered worden. In deze tijd tussen de grote zonden zijn er maar weinigen die het voor elkaar krijgen om in volle overtuiging oprechte werken te verrichten. Tevens zijn in deze zware omstandigheden weinig oprechte werken heel veel waard.” (Uit de ‘Brieven van Kastamonu’ van de Risale-i Nur)

De uitdrukking “deze tijd” wordt in dezelfde uiteenzetting als volgt toegelicht:

“In de levenswijze van de huidige maatschappij wordt de mens ieder minuut blootgesteld aan honderd zonden; voorzeker met godvrezendheid en de intentie om deze zonden te vermijden heeft hij als het ware honderd oprechte werken verricht.”

Wanneer we tegelijkertijd aan deze twee vaststellingen denken, komt er in onze gedachten een veldslag op. In een dergelijke schrikbarende situatie waar er van alle kanten kogels op ons af komen, zoeken wij innerlijke vrede. Het is duidelijk dat we dit niet zullen bereiken. Maar omdat we geen innerlijke vrede vinden, gaan we ons toch niet bij de vijandelijke linie voegen!

Zo ook zijn de zonden elk als een kogel, een pijl. De huidige maatschappij is als ware een veldslag. Een mens die van alle kanten op honderden wijze wordt aangevallen, zal met veel moeite een oprecht en vredig gebed uit kunnen voeren. Maar in deze zware omstandigheden heeft het gebed een andere waarde. Het wachtlopen aan het front tijdens een oorlog is duidelijk niet hetzelfde als het wachtlopen tijdens vrede in het winkelcentrum. De zin: “Tevens zijn in deze zware omstandigheden weinig oprechte werken heel veel waard” stelt ons op dit aspect gerust en geeft ons een heugelijke boodschap.

Dezelfde uiteenzetting geeft nog een andere heugelijke boodschap: “daar het vermijden van een zonde noodzakelijk is, heeft men door in een dergelijke verstoorde samenleving honderden zonden te vermijden, honderden ‘goede daden’ verricht.”

De mensen van enkele eeuwen geleden waren niet eens voor éénhonderste onderhevig aan de zonden van deze tijd. Hiervoor in de plaats waren ze ver gevorderd in het verrichten van oprechte daden, zij richtten zich hierop en vermeerderden de extra gebeden. Tegenwoordig is het erg moeilijk om oprechte daden te verrichten. Vandaar de heugelijke boodschap: “Degenen die de verplichtingen verricht en de grote zonden vermijdt, zal gered worden.”, welke tevens aangeeft hoe schrikbarend deze eeuw wel niet is.

In plaats van tijd te verspillen door ons bezig te houden met het beschuldigen van deze eeuw, moeten we ons bezig houden met ons ego en moeten we voorkomen dat ons ego wordt misleid door de duivel. Indien de mensen toenemen die hierin slagen, zal deze eeuw zich moeten aansluiten bij deze gelukkige mensen.

Auteur: Prof. Dr. Alaaddin Başar

Bron: https://sorularlaislamiyet.com/kalbe-gelen-evham-vesvese-ve-kufur-sozler-konusunda-genis-bilgi-verir-misiniz-nasil-kurtulabilirim

Share this