Home | Het gebed

Mag een vrouw dezelfde houding aannemen als een man tijdens het gebed, of hoort een vrouw haar houding aan te passen?


Antwoord: 

In de basis is het verplichte gedeelte (fard, wajib) van een gebed tussen een man en een vrouw hetzelfde en verandert er niets. Behalve het bedekken van de aura en het opstellen in de gebedsrijen zijn er verschillen. Het verschil zit in sommige niet verplichte rituelen van een gebed (soennah en mustahab). Het niet uitvoeren van deze rituelen vormen tevens geen belemmering voor de acceptatie van het gebed.

Als voorbeeld: een vrouw die zich neerwerpt voor de sadjdah opent haar armen zijdelings, niet wat wel het geval is bij mannen. Haar armen moeten als het ware vastgeplakt zijn aan haar lichaam en ook plaatst zij haar ellebogen op de grond en, in tegenstelling tot mannen, werpt zij zich nog verder neer op de grond voor de sadjdah.

Neus en voorhoofd moeten de grond raken tijdens de nederwerping. Het is overigens makroeh (afkeurenswaardig) als je geen tekortkomingen hebt en desondanks met je voorhoofd de grond niet raakt. Met je neus in contact komen met de grond is verplicht. De Sadjdah wordt niet volledig uitgevoerd en dus het gebed niet voltooid als de tenen van beide voeten of één voet geen contact hebben met de grond. Het gebed is ook ongeldig als beide voeten geen contact hebben met de grond tijdens de Sadjdah. Het is tevens makroeh om met je ene voet de grond wel aan te raken en de andere omhoog te tillen, tenzij men een tekortkoming heeft.

Hoe de Sadjdah verricht moet worden, wordt als volgt aangegeven door ons Profeet (v.z.m.h.):

“Het is mij bevolen om de sadjdah te verrichten op zeven botten: Op het voorhoofd, beide handen, beide knieën en op de tenen van beide voeten” (1)

Share this